Een Stafford                 

als Bataljonshond in Korea

 

 

Beebop het staffordje kon niet mee. beebop die al meer als maanden bij ons was geweest,vanaf zijn zesde week, dus sinds hij het levenslicht aanschouwde. Beebop was onze bataljonshond. Zonder Beebop zou het niet compleet zijn en zou ik ruzie krijgen met de Ostcompagnie, waar hij eigelijk oorspronkelijk ook thuis hoorde. Beebop was zes weken oud toen Benny ermee thuis kwam, Benny was kok en woonde in Eindhoven, maar was geldropenaar van geboorte. Je kon het hondje toen nog in een pet zetten, zo klein was hij.

 

 

Dit hondje koste zeshonderd won`,zei Benny, en dat was inderdaad niet veel. Waar koop je in Nederland een hond voor zestig cent? De eerste halsband die Beebop droeg, kostte vier keer zoveel... "Schurfie, was eigelijk de eerste naam van de hond.'Het mormel', zeiden ze bij de Ost. Iedereen zei dat het een mormel was. Dat doen soldaten altijd. Ze zijn zo glashard, nietwaar ? 's Avonds, in een stil hoekje kun je ze weliswaar met zo'n mormel zien spelen en horen zeggen: Waar is het beessie dan? maar overdag, als iedereen er bij staat, dan is het een mormel.

 

 

 

 

Schurfie dus, net als alle honden die we destijds in Indonesie hebben gehad. Maar het werd anders. Op een dag liet Benny zijn haar knippen in de Amerikaanse soldatenstijl: Beebop. En iedereen noemde hem toen zo. Dat beest overleeft het niet, zei iedereen. 'Man, die dingen gaan dood, moet je opletten. Moet je kijken, straks met die kou.' Maar |beebop ging mee op de lange, treinreis naar het noorden, naar Suwon. We kwamen heelhuids aan en beebop trippelde van compagnie naar compagnie en was in een ommezien bekend bij iedereen.

 

 

Op een avond kwam hij thuis, zonder halsband - van driesuizend won nog wel - die ze hem op straat blijkbaar ontstolen hadden .Misschien heeft een Koreaan het gedaan, want sedertdien kon hij geen Koreaan meer luchten of zien. Beebop werd ziek, zoals men voorspeld had. Maar het was niet de hondenziekte, maar een flinke kou, die hem bijna deed sterven. Geen wonder ook: op een van de vele tochten rond Suwon zakten baas en hond door het ijs. De baas overleefde het zonder gevolgen, maar het jonge hondje stierf bijna. Toch ging hij weer mee, en nog wel verder naar het noorden. Hij heeft vervolgens zes - of  zevenenveertig moven  troepenbewegingen  meegemaakt en alle acties overleefd.

 

 

 

Wel deze Stafford  heeft net als wij C-rations gegeten of niet , of mais - langs de weg. Hij at jelly - dis'en, die geleiachtige suikerblokken, waar hij eenvoudig gek op was. Hij overleefde Wonju, Hoengsong, Heuvel 325, Heuvel 975, Inje de allerlaatste acties ten noordwesten daarvan. Hij heeft negen maanden lang met de mannen in de voorste lijn gezeten, in foxholes en naast mitrailleurs geslapen bij de infanterie. Hij moveerde mee, sliep in de regen en de modder, in de sneeuw en ijs, in de droogte en in de gloeiende hitte, op de tjot of beneden in het dal. Maar hij bleef, tenminste bijna altijd. Twee keer raakte hij namelijk zoek. De eerste keer was, toen zijn baas met verlof naar Japan ging. Beebop kon voor het eerst niet mee, maar Benny compagnie zou op hem passen. Beebop zat zo erg in de put, dat hij van kwaadaardigheid een Koreaan in de benen hapte.

 

 

 

Voor straf legde men hem aan een ketting. Toen hij weer los kwam dacht hij blijkbaar: Mijn baas met verlof en ik aan de ketting ? Dat nooit. En ging een heuveltje om wandelen. Maae het bataljon ging moven en in die tijd konden we dat aardig vlug. En toen Beebop terugkwam van z'n tocht, was de vallei verlaten. Treurig liet hij z'n kop hangen en ging weer op weg, de staart tussen z'n poten. Zo kwam hij terecht bij de "Marines", die hem natuurlijk graag hadden. Maar de mariniers gingen ook weer moven en zo ging het maar door. Benny, terug uit Japan, zat in zak en as en iedereen leefde met hem mee.

 

 

We keken allemaal uit naar het dier, maar niemand zag hem. We gingen in opmars naar Inje, zonder hond. Maar op een gegeven ogenblik slaakte een soldaat een grote kreet: Daar gaat - ie onze Beebop !!! En warempel, boven op een hoog opgeladen marinierstruck troonde Beebop. We brachten de mariniers aan het verstand dat het echt onze hond was, maar dat was al echt niet meer nodig, want hij sprong jankend van vreugde van de truck af toen hij daar in de verte zijn baas Benny terug zag. Maar hij was niet meer de oude meer. De meer dan drie weken heimwee hadden hem blijkbaar geen goed gedaan, want hij was mager en ziek.

 

 

De medische dienst gaf hem vitaminetabletten en in de rustperiode na Inje kwam hij warempel weer wat bij. En opnieuw gingen we naar voren, naar het zeer gevaarlijke gebied ten noordwesten van Inje, waar het stikte van de mijnen en de boobytraps en waar de artilleriegranaten als een bui regen op neer kwamen. Benny liet zijn Stafford hond voor het eerst achter bij de staf, om hem te behoeden voor de dood. Maar ook hier raakte Bebop in het prikkeldraad en kreeg hij scherven van granaten - die naast de staftent vielen. En weer sprong de medische dienst bij, die hem verbond en penicilline-injecties gaf.

 

Beebop knapte op en raakte toen voor de verandering weer eens zoek. Dit keer voor vijf dagen slechts, maar dat was net genoeg om hem te beletten aan de parade deel te nemen bij de uitreiking van de Presidential Unit Citation, die hij toch eigelijk ook mee verdiend had. Want de talrijke parades, die we zo en passant nog gelopen hebben, waren altijd gekenmerkt door de aanwezigheid van Beebop,die dan keurig naast zijn baas Benny placht voort te stappen. Maar juist nu was hij er niet, waardoor zijn baas op dat moment alleen aan hem moest denken. Natuurlijk kwam hij terug, uit zichzelf nog wel.

 

 

Het bataljon ging zich inmiddels klaar maken  voor vertrek naar Nederland. Natuurlijk zou Beebop mee. Hij werd zelfs gekeurd en kreeg medische papieren. Een lange trein ging  wederom naar het zuiden, een trein met vrijwilligers, wier taak nu afgelopen was. Beebop ging mee, na veel vijven en zessen overigens, want de treinbewaking maakte nogal veel bezwaren. Die hond mee, of we blijven hier," dreigde we. Toen pas mocht hij mee. Maar in Pusan hoorden we, dat hij niet op de boot zou mogen. Groot was de teleurstelling. de havencommandant, de kapitein van de Generaal McRae, de troepencommandant aan boord, iedereen werd erbij gehaald. Papieren werden getoond, maar het hielp niet:  Beebop mocht niet met ons mee.

 

Op de kade, in de regen, hebben we hem allemaal een laatste poot gegeven. Een laatste poot aan dat trouwe dier de Stafford, dat ons allemaal maandenlang een beetje afleiding heeft bezorgd. Benny was de laatste. Hij gaf Beebop een poot en streelde hem over zijn kop en door zijn haar. Beebop was nu zo groot als een Staffordshire moest zijn, alleen was hij zwaarder gebouwd. Een chauffeur van 'de nieuwe hap' beloofde voor het dier te zullen zorgen en toen ging Benny aan boord. Het was voor ons allen een afscheid van een grote vriend, die men nimmer terug zal zien. En in de eerste dagen was Benny er stil en zeer stil van.

 

 

Op de kade stak een kop door de kier van een der loodsdeuren. Een kop met nog niet helemaal herstelde wonden. Een trouwe kop met de ogen als van een mens, de eerlijke ogen van een hond. Hij jankte zachtjes. Dat was het laatste wat we van hem hoorden en zagen. Het laatste van Beebop, de bataljonshond.

  

 

  

Copyright ©   Dutch Kenstaff Staffordshire Bull Terrier  ® Alle rechten voorbehouden