De gevolgen van de populaire dekreu

 en  

  van een Outcross

                                                                                                                                 

Matadoren.

Vrijwel elk ras heeft in het verleden te maken gehad met het gegeven dat een enkele of een beperkt aan tal reuen de 'vader' was van alle pups gedurende een aantal jaren. Het is niet zo moeilijk om vast te stellen waarom dit gebeurt en waarom een enkele reu of een kleine groep reuen zo'n invloed heeft op het fokprogramma. De desbetreffende reuen beschikken vermoedelijk over één of meerdere felbegeerde kwaliteiten die de fokkers graag in hun lijnen willen introduceren: een uitmuntend 'type' of uitmuntende werkeigenschappen of een andere eigenschap waardoor er als het ware een run op deze reu(en) ontstaat. Het komt meer dan eens voor dat dergelijke populaire dekreuen ('Matadoren',zoals ze in de USA worden genoemd) een ras gedurende meerdere jaren als het ware domineert..

 

Genetische flessenhals.

Het spreekt vanzelf dat reuen met uitzonderlijk goede eigenschappen de kans moeten krijgen om hun goede eigenschappen (of in elk geval de genen die met deze kwaliteiten verbonden zijn) door te geven aan toekomstige generaties zodat het hele ras hiervan profijt kan hebben. Maar we moeten ons goed realiseren dat een te grote inzet van een bepaalde reu wel degelijk ook nadelige effecten heeft op het ras. De meeste rassen hebben op bepaalde momenten te kampen (gehad) met een zogenaamde 'genetische bottleneck' ten gevolge van de te grote invloed van één enkele bepaalde reu of een kleine groep reuen. Een direct gevolg van deze onevenredige inzet is een grote aanslag op de genetische variatie in het ras. Bovendien schuilen er nog meerdere potentiële gevaren op langere termijnen in het op grote schaal inzetten van een beperkt aantal dekreuen.

 

                     

 Tolkien Dutch Kenstaff                                              Branco Dutch kenstaff  

 

Recessieve Mutaties.

Het staat buiten kijf en discussie dat rassen kunnen profiteren van de genen  die een goede hond kan doorgeven. Helaas kunnen wij van onze honden niet  hun totale genetische samenstelling, zijn genotype, in kaart brengen om de eenvoudige reden dat wij het allergrootste deel van het erfelijke materiaal niet kunnen zien. Sommige honden die drager zijn van zeer gewilde eigenschappen, kunnen tegelijkertijd onopgemerkte schadelijke recessieve mutaties dragen en doorgeven. Een onevenredige inzet van deze honden zal leiden tot een ongewenste en snelle toename van deze ongewenste schadelijke genen. Uiteindelijk  zal het aantal dragers van deze afwijking(en) zo hoog worden, dat het onvermijdelijk zal zijn dat zulke dragers veelvuldig met ander dragers zullen worden gepaard met als gevolg dat de pups die uit deze combinatie worden geboren homozygoot (fokzuiver) zijn voor deze recessieve mutatie(s). Als het dan een erfelijke afwijking betreft, zal dit onvermijdelijk een toename van het aantal lijders tot gevolg hebben waarvan een ras zwaar te lijden kan hebben.

 

Schade blijft eerst onopgemerkt.

Vanwege de recessieve aard van veel schadelijke mutaties in de hond, kan het een aantal jaren duren voordat deze negatieve gevolgen voor het eerst worden opgemerkt. Voeg hier nog aan toe, dat de kans bestaat dat deze afwijking zich pas op latere leeftijd openbaart (laten we zeggen niet voor het derde levens jaar) dan zult U wel begrijpen dat het heel goed mogelijk is dat de onevenredige inzet van een enkele reu pas jaren later zichtbaar wordt in het ras.

 

 

 

'Uitfokken'

Een aantal fokkers zal als oplossing proberen onverwante lijnen van de populaire dekreu in kaart te brengen om zodoende als het ware het probleem 'er uit te fokken'. Als de invloed van een beperkt aantal dekreuen evenwel bijzonder groot is geweest in het verleden, dan zal het de fokkers nog niet meevallen om dergelijke onverwante lijnen te vinden in hun zoektocht naar reuen die 'vrij' moeten worden geacht van die bepaalde ongewenste afwijking: reuen die de fokkers nodig hebben om problemen in de toekomst te voorkomen.

 

Genetische variatie nodig uit lijfsbehoud.

Ik vertelde reeds dat een van de directe gevolgen van het gebruik van populaire reuen een 'genetische bottleneck' is en een onvermijdelijk verlies aan genetische variatie in het ras. De meeste fokkers proberen hun ras te verbeteren, en de enige manier om dit te bereiken is door het benutten van de binnen dat ras bestaande genetische variatie, zodat er nieuwe genetische combinaties ontstaan waardoor de kwaliteit en de gezondheid van de nakomelingen verbetert.

 

Staffordshire Bull Terriërs van de kennel Dutch Generation.

 

Nut en noodzaak outcross.

Ook individuele fokkers zitten wel eens in een dilemma wat te doen als zij een eigen 'lijn' willen ontwikkelen: 'Op welk moment moet ik stoppen met line-breed en een  out-cross?' Line-breeding leidt onherroepelijk tot een terugloop  in genetische variatie in deze lijn, en legt het 'type' vast. Echter: voortdurende line-breeding biedt geen mogelijkheid om het type te verbeteren omdat er onvoldoende genetische variatie overblijft om nieuwe combinaties uit te ontwikkelen. Daarom zal een fokker out-cross moeten toepassen om de genetische variatie in huis te halen, op basis waarvan hij dan weer zijn lijn kan proberen te verbeteren. Deze aanpak geldt uiteraard voor het hele ras. Verbeteringen in het ras kunnen alleen worden bereikt als er voldoende genetische variatie voorhanden is om uit te kiezen. Helaas wordt deze variatie door de inzet van een beperkt aantal reuen ontzettend beperkt.

 

Beperkt het aantal dekkingen per reu.

Mijn advies is dan ook : beperkt het aantal dekkingen per reu. Natuurlijk moeten goede honden hun genen kunnen doorgeven aan toekomstige generaties, maar is het nu echt waar dat slechts één hond zo superieur is dat dit een exclusief gebruik rechtvaardigt? Ik denk het niet. Er zijn veel 'quality dogs' die in gezet kunnen worden. De enige mogelijkheid is om het ras in de toekomst gezond te houden, en te verbeteren, is derhalve het inzetten van zoveel mogelijke verschillende honden, zodat zij hun genen kunnen doorgeven aan toekomstige generaties. Zodoende kan de genetische variatie binnen het ras blijven bestaan, want alleen dan kunnen fokkers het ras verbeteren en gezondheidsproblemen in de toekomst voorkomen. Zoals velen zeggen, fokken is gokken.!!!!!!!! Maar enige kennis is toch wel makkelijk.

 

Dr Jeff Samspon is sedert 1998 in deze functie werkzaam. Voor die tijd was hij verbonden aan de Universiteit van Leicester waar zijn laboratorium een belangrijke bijdrage leverde aan het in kaart brengen van het genetische bouwpakket van honden. Zelf heeft Jeff ruime showervaring met zijn Schipperkes. In ons over leg merkte hij op, dat in Engeland de gevolgen van een onevenredige inzet van dekreuen ook al tot uiting komt in een toenamen van 'onplezierige karakters'


Dutch Kenstaff Stafford's

 

Copyright ©   Dutch Kenstaff Staffordshire Bull Terrier  ® Alle rechten voorbehouden.
m.t.v.de Nederlandse labrador vereniging.