Laatste redmiddel bij beleg van eindhoven in 1583

    Hond in de pot.  

 

 

Nabij het Van Abbemuseum te Eindhoven werden in 2002 de funderingen van een groot bakstenen gebouw opgegraven. De muurresten dateren uit het begin van de veertiende eeuw. In de vijftiende en zestiende eeuw werd het gebouw flink uitgebreid. In een beerkelder werden 535 botresten aangetroffen, vooral van slachtvee en huisdieren. De jongste vondsten uit de beerkelder dateren uit de jaren tussen 1575 en 1600.

 

     

 

Vogelvluchtperspectief van de belegering van Eindhoven, met rondom de stad door Spaanse troepen opgeworpen wallen waarachter zij zich met hun kanonnen verschansten. Het noorden is links. Aan de rechterkant van de stad de locatie waar de beerput is gevonden.

 

 

Eyndhoven:-Eindhovenaren hebben in tijden van nood op grote schaal hun honden opgegeten. Dat is onder meer gebeurd tijdens de Tachtigjarige Oorlog, toen de stad door Spaanse troepen werd belegerd, zo blijkt uit archeologisch onderzoek. In een berg oud slachtafval werden hoofdzakelijk resten van honden gevonden. Toen het stadje Eyndhoven in 1583 tijdens de Tachtigjarige Oorlog door Spaanse troepen werd belegerd, verdween menig huisdier in de maag van de uitgehongerde bewoners. Archeoloog/bioloog Theo de Jong haalde het bewijs uit een stapel botten die vorig najaar boven water kwam bij bodemonderzoek op de Dommeloever. Tussen het van Abbemuseum en het Stratumseind, in de buurt van een vroegere stadspoort, bleek een beerput uit het laatste kwart van de zestiende eeuw rijkelijk gevuld met botten. Dat verbaasde De Jong  niet meteen; het is vrij normaal dat slachtafval en resten van maaltijden in de afvalput verdwenen. De verwondering kwam pas toen hij aan het inventariseren sloeg. Niet rund of paard vormden namelijk de hoofdmoot van het vondstdepot, (MAAR HOND) liefst zestig procent van het totaal. Nog interessanter werd het bij het inventariseren van de botjes. Er zat niet n 'complete' hond in de put, maar een ratjetoe aan botten van minstens 22 verschillende exemplaren. Van kleine schoothondjes tot flinke exemplaren van een halve meter hoog.

       

Botverdeling van de hond.

Geslachte Honden: De 182 hondenbotten uit deze beerkelder hebben allerlei kap en snijsporen. Deze sporen maken aannemelijk dat de honden werden gedood voor het vlees. Aanwijzingen dat het vlees werd verwijderd voor consumptie bewijzen de kap en snijsporen op, het villen, onlogische plekken in het lichaam. Snijsporen zijn aangetroffen op schouderbladen, opperarmbenen, bekkens, dijbenen, scheenbenen, lendenwervels en halswervels. Veel ribben zijn langs de gewrichten losgesneden. Sommige ribben zijn ook nog in het midden met een scherp mes ingekerfd en daarna gebroken. De onderdelen met weinig vlees, zoals kop, staart en poten, ontbraken. De rest bleek vakkundig in stukken gekapt. De Jong laat allerlei kerven zien waaruit blijkt dat er bijl en mes aan te pas zijn gekomen om de dieren in hapklare brokken te verdelen en het vlees los te snijden.

                                                                                            

  Snijsporen bij de hond

Hondenvlees: Slechts de meest spierrijke delen zijn in de beerkelder terechtgekomen. Dit zijn de delen met het meeste 'vlees': ribben (karbonaadjes of 'Spare rips'), 'schouderbladen' en achterham'. Toch ontbreken van de (ten minste 22) honden nog vele botten. Werden de honden elders gedood en geslacht? Hiervoor pleit het ontbreken van typerend 'slachtafval', zoals kop, staart, en poten. Werd het vlees elders verdeeld over verschillende huishoudens? Hiervoor pleit dat van de ribben slechts 12%, van de voor poten slechts 39% en van de achter poten slechts 27% werd teruggevonden.

    

 

Het beleg van Eindhoven: Honden werden in de late Middeleeuwen alleen gegeten in noodsituaties. Om te overleven werden ethische bezwaren en sentimentele gevoelens overwonnen. De relatie met de belegering in 1583 was snel gelegd, want een prent die daarvan later is uitgegeven vermeldt dat in de stad 'peerden, catten en honden' zijn gegeten. Een opmerkelijk bron is ook een 'lied op de Belegering' dat een Franse sergeant, deel uitmakend van de Staatse troepen in de stad, tien dagen vr de overgave van 'la ville d'Eyndove' schreef. '...On at mengs chevaulx, le chien, le chat, Mais non obstant tiendrnt la forteresse...'. Men vond er geen grote voorraad levensmiddelen, verteld hij in een van de veertien coupletten. En dan:

 

 

Men at paarden, honden en katten

Maar desondanks zullen we standhouden

Zolang we kunnen zal de stad voor onze koning zijn.

 

     

'Belegeringhe der Stadt Eyndhoven [...] na dien hij met syn volc so Franoysen en Schotten meer dan drij maenden cloecklijck tegen gehouden hebben, peerden, catten en honden gegeten hebben die stad overgegeven [...] soo't geschiet is den 23 april 1583 stylo novo'.

 

   

 

Hongerige Eindhovenaren: De periode van beleg correspondeert met de datering van de vulling van de beerkelder. Hebben we in de beerkelder daadwerkelijk het afval gevonden dat gedurende het beleg in 1583 is weggegooid? Historisch klop het allemaal, zegt De Jong. Na een vorige belegering in het najaar van 1582 had Eindhoven weinig gedaan aan het aanleggen van wintervoorraden. Terwijl eind Januari 1583 plots een groot Spaans leger voor de deur stond en niets meer de stad in of uit kon. Archeologisch is in Nederland nooit eerder het bewijs geleverd dat mensen honden aten. Dat het in tijden van nood gebeurde is wel bekend van onder meer het beleg van Leiden in 1574. ,,Gehakte huiden vormden voor sommigen normaal voedsel en de dames aten de hondjes waar zij normaal gesproken mee speelden'', tekenden ooggetuigen toen op. De dames zullen er wel moeite mee hebben gehad. Honden hadden toen al dezelfde status als huisdier als nu.

 

                                

       De Helmonder mag de naam hebben van kattenmepper, van de Eindhovenaar staat vast dat hij ooit hond op zijn menu heeft gehad.

 

 

 

Heer Theo de Jong met zijn team genoten.

 

 

Alle honden   Watchman   Stafford's enthausiast  

 

Copyright    Dutch Kenstaff Staffordshire Bull Terrir  Alle rechten voorbehouden.

M.T.V. Archeoloog/bioloog Theo de Jong.